Groningen en slavernij
NLEN
Menu
Verhaal · 1755–1831

Louis Alons: van Curaçao naar Kleinemeer

Op 19 september 1779 schreef de predikant van Sappemeer bij de doop van een meisje dat haar vader 'een Neger uyt Curacao' was. Het is het begin van het spoor van Louis Alons, die als kind werd nagelaten, meegenomen en achtergelaten, en die in 1831 stierf als arbeider in Kleinemeer.

Lieuwe Jongsma · 60 noten · rondleiding in 15 stappen
Doopinschrijving van Susanna, Sappemeer, 19 september 1779: "Louis Aalons een Neger uyt Curacao". Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, p. 321.
Doopinschrijving van Susanna, Sappemeer, 19 september 1779: “Louis Aalons een Neger uyt Curacao”. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, p. 321. Bron

Op zondag 19 september 1779 trouwden in de kerk van Sappemeer Hindrikje Luitjes uit Sappemeer en een man die in het trouwboek staat als “Louis Allons van Curacao”.1 Dezelfde dag werd hun dochtertje gedoopt. Zij was al eerder geboren, en dus kwam haar doop niet in het gewone doopboek terecht, maar op een aparte bladzijde voor kinderen die “in onegte gewonnen” waren. Daar schreef de predikant:

Susanna een Dogter in onegte gewonnen van Hindrikje Lüitjes, de Vader daer van zeÿde zÿ te zÿn Louis Aalons een Neger uÿt Curacao, die dit ook beleeden & haer getrouwt heeft.2

Trouwinschrijving "Louis Allons van Curacao & Hindrikje Lüitjes, van Sappemeer", aangetekend 21 augustus en getrouwd 19 september 1779. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, fol. 107.
Trouwinschrijving “Louis Allons van Curacao & Hindrikje Lüitjes, van Sappemeer”, aangetekend 21 augustus en getrouwd 19 september 1779. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, fol. 107. Bron

Het is een korte aantekening, maar ze zegt veel. Een ongehuwde moeder noemde de vader, de vader erkende het kind, en het paar trouwde. Dat was in een Groningse dorpsgemeente niet ongewoon. Ongewoon is de manier waarop de vader wordt beschreven. In het trouwboek is hij iemand “van Curacao”, zoals anderen “van Hoogezand” of “van Veendam” zijn. Bij de doop is hij “een Neger”. Het is de enige keer in de bewaarde registers dat zijn huidskleur wordt genoemd, en het is de eerste bron die Louis laat zien als zwarte man in Sappemeer, met een Groningse vrouw en een kind.3

Wie was deze Louis, en hoe kwam hij in Sappemeer terecht? Zelf heeft hij niets op papier nagelaten: een brief, een verklaring of een verhaal in zijn eigen woorden is er niet. Wat we van hem weten, staat in de papieren van anderen: van de familie die hem bezat, van predikanten en ambtenaren, van een rechter en een kadasterklerk. Uit die stukken valt een leven te reconstrueren dat begon op Curaçao, ruim twintig jaar vóór die zondag in Sappemeer.

Louis werd rond 1755 op Curaçao geboren. Het jaar weten we alleen bij benadering: bij zijn overlijden in 1831 noteerde de ambtenaar in Sappemeer dat hij 76 jaar oud was en “geboren te Curacao in de Westindien”.4 Over zijn vader zwijgen de bronnen. Zijn moeder heette Sambo, zijn grootmoeder Babbetje. Beiden waren tot slaaf gemaakt, en daarmee was Louis het vanaf zijn geboorte ook.

S. Geerts, plan van Willemstad, het fort Amsterdam en een deel van het eiland, 1754; bovenaan het Schottegat. Nationaal Archief, 4.VEL inv. 1454 (publiek domein).
S. Geerts, plan van Willemstad, het fort Amsterdam en een deel van het eiland, 1754; bovenaan het Schottegat. Nationaal Archief, 4.VEL inv. 1454 (publiek domein). Bron

Dat weten we uit een testament. Op 2 augustus 1757 liet Maria Klingenburgh, weduwe van Jan Kock, op Curaçao haar laatste wil opschrijven. Daarin liet zij aan haar kleindochter Maria Kock na:

een Negerin Babbetje, beneffens haare dogter Sambo en deszelfs Zoon Louis en dogter Sebel, en een [Vissers] Jonge Gaspaar; midsgaders een Malogni Cabinet, met al wat ‘er op staat, en een Zilver Lampet en Schotel.5

Louis was toen hooguit een jaar of twee. In één zin staat hij met zijn grootmoeder, zijn moeder en zijn zus Sebel tussen een mahoniehouten kabinet en een zilveren lampetkan. Hetzelfde testament laat zien dat het ook anders had gekund. Maria Klingenburgh bepaalde dat twee vrouwen uit haar huishouden, Maria Magdalena en Dionora, bij haar dood “van alle Slaafsche Dienst” ontslagen zouden zijn, en dat de smid Abraham vrij zou komen als hij 500 pesos betaalde. Voor Babbetje en haar nakomelingen bepaalde zij zoiets niet. Zij gingen over naar de volgende generatie.5

Die volgende generatie was Maria Kock, in 1741 op Curaçao geboren als dochter van Willem Webb Kock en Catharina Decker.6 Zij was getrouwd met luitenant Arnold Padtbrugge, die in 1758 plantage Rozetak kocht, bij het Schottegat achter Willemstad.7 Padtbrugge stierf tussen begin 1759 en eind 1760; Maria was toen nog geen twintig.8 Vermoedelijk woonden Louis en zijn familie in haar huishouden op Rozetak, maar zeker is dat niet.

R.F. van Raders, kaart van Curaçao met plan van stad en haven, uitgegeven door de Wed. G. Hulst van Keulen, 1836/1838. Aan het Schottegat staat "Rozentak". De kaart is zeventig jaar na Louis' vertrek gemaakt. Publiek domein (Wikimedia Commons).
R.F. van Raders, kaart van Curaçao met plan van stad en haven, uitgegeven door de Wed. G. Hulst van Keulen, 1836/1838. Aan het Schottegat staat “Rozentak”. De kaart is zeventig jaar na Louis’ vertrek gemaakt. Publiek domein (Wikimedia Commons). Bron

In 1764 hertrouwde de jonge weduwe met Cornelis Star Lichtenvoort, een Groninger jurist die als advocaat op Curaçao werkte.9 Ook Maria’s moeder Catharina Decker hoorde bij het huishouden: in 1765 legden moeder, dochter en schoonzoon vast dat zij hun bezit gemeenschappelijk zouden beheren.10 Louis werkte in dit huishouden als huisslaaf.11

Zijn moeder Sambo werd ook wel Susanna genoemd. Zo heet zij in de brieven die Star Lichtenvoort later over haar schreef.12 Toen Louis in 1779 in Sappemeer zijn eerste dochter liet dopen, noemde hij haar Susanna. Misschien vernoemde hij haar naar zijn moeder, die hij toen al tien jaar niet meer had gezien. Hij had ook een zus Anna. Zij komt in het testament van 1757 nog niet voor en werd dus vermoedelijk later geboren. Met haar en met hun moeder zou Louis in 1766 de oversteek naar Europa maken.

In 1766 verkochten Cornelis en Maria plantage Rozetak aan Adriana Raphoen, weduwe van Dirk van Uytrecht.13 De tot slaaf gemaakten die bij de plantage hoorden, gingen met de verkoop over naar de nieuwe eigenaar. Louis en zijn familie hoorden daar niet bij: zij waren Maria’s eigendom, en bleven bij haar.14

Het echtpaar besloot naar Groningen te gaan. Op 28 juli 1766 zeilde het schip de Vrouwe Anna van kapitein Jan Molenhouwer van Curaçao weg, en op 23 oktober kwam het op Texel aan.15 Aan boord waren Cornelis, Maria, haar moeder Catharina Decker en drie van de mensen die zij bezaten: Louis, zijn moeder Sambo en zijn zus Anna.16 Grootmoeder Babbetje bleef achter op Curaçao, net als andere kinderen van Sambo.17 Louis was een jaar of elf.

Jan Brandes, "West-Indiëvaarder onder zeil", 1779–1787: een schip zoals de Vrouwe Anna, niet het schip zelf. Rijksmuseum, NG-1985-7-2-39 (CC0).
Jan Brandes, “West-Indiëvaarder onder zeil”, 1779–1787: een schip zoals de Vrouwe Anna, niet het schip zelf. Rijksmuseum, NG-1985-7-2-39 (CC0). Bron

Een maand later waren ze in Amsterdam. Op 22 november 1766 regelden Catharina Decker en het echtpaar bij een notaris hoe zij hun huishouden zouden voortzetten. Ze waren “nu onlangs van Curaçao alhier gearriveert” en zouden zich “met den eersten” naar Groningen begeven.6 Over de drie mensen die zij hadden meegebracht, zegt de akte niets.

I.L. la Fargue van Nieuwland, "Een Moor", 1766: een bediende aan het hof van stadhouder Willem V, volgens het Rijksmuseum vermoedelijk Cupido uit Curaçao. Het is niet Louis, maar iemand in een vergelijkbare positie, uit hetzelfde jaar. Rijksmuseum, RP-T-00-3549 (CC0).
I.L. la Fargue van Nieuwland, “Een Moor”, 1766: een bediende aan het hof van stadhouder Willem V, volgens het Rijksmuseum vermoedelijk Cupido uit Curaçao. Het is niet Louis, maar iemand in een vergelijkbare positie, uit hetzelfde jaar. Rijksmuseum, RP-T-00-3549 (CC0). Bron

Het doel was Welgelegen, een veenborg in Kleinemeer bij Sappemeer, die Cornelis’ vader Wilhelmus Lichtenvoort in de jaren 1740 had verworven.18 In juni 1768 lieten Cornelis, Maria en Catharina Decker zich met een attestatie “tzamen van Curacao” inschrijven bij de kerk van Sappemeer. In oktober van dat jaar werd daar hun eerste kind gedoopt.19

Jannes Tideman, Caartboek van Sappemeer, 1691: het terrein van Welgelegen aan het Kleinemeersterhoofddiep. Groninger Archieven, toegang 149 nr. 23 (publiek domein, via Wikimedia Commons).
Jannes Tideman, Caartboek van Sappemeer, 1691: het terrein van Welgelegen aan het Kleinemeersterhoofddiep. Groninger Archieven, toegang 149 nr. 23 (publiek domein, via Wikimedia Commons). Bron
Plattegrond van huis en tuin van Huize Welgelegen, 1900–1925. Groninger Archieven, NL-GnGRA_817_2040.
Plattegrond van huis en tuin van Huize Welgelegen, 1900–1925. Groninger Archieven, NL-GnGRA_817_2040. Bron
Veenborg Welgelegen in Kleinemeer, aan het water met ophaalbrug, foto, 1917. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1785_11077.
Veenborg Welgelegen in Kleinemeer, aan het water met ophaalbrug, foto, 1917. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1785_11077. Bron

Voor Sambo en Anna bleef het bij een kort verblijf. Volgens Star Lichtenvoort konden zij niet wennen aan de kou. Op 1 juli 1769 schreef hij aan de fiscaal van Curaçao, Coerman:

Wij hebben geresolveert om Sambo met haar Dochter Anna te doen repatrieren … Louis zal ik by provisie noch hier houden.20

Star Lichtenvoort betaalde de overtocht van 150 gulden en gaf Sambo een aanbeveling mee. Aan kapitein Pieter Hanson, die hen naar Curaçao zou brengen, schreef hij een begeleidende brief. Begin oktober 1769 vertrok het schip.2021

Het besluit staat in de woorden van de eigenaar: “wij hebben geresolveert”. Of Sambo terug wilde naar haar moeder en haar andere kinderen, of Louis wilde blijven, en of iemand het hun vroeg, staat er niet. Wel blijkt uit een andere brief dat de banden met Curaçao bleven bestaan: Star Lichtenvoort stuurde een kistje vlees over, met “een Stuk Spek voor Babbetje en Martha” en “een pakje linnengoed voor de kinderen van Sambo”.17 Sambo keerde terug naar een familie die ze drie jaar niet had gezien. Louis, een jaar of veertien, bleef alleen achter in Kleinemeer, “by provisie”: voorlopig. Dat voorlopig zou de rest van zijn leven duren.

Of Sambo en Anna als vrije vrouwen naar Curaçao teruggingen, is niet zeker. De brieven spreken van “repatrieren” en “recommandeeren”, niet van vrijlating.22 Ook voor Louis is geen vrijbrief gevonden. Was hij in Kleinemeer nog een tot slaaf gemaakte? In de Republiek gold al eeuwen dat “alle Menschen hier te Lande voor VRYE Luiden erkent en gehouden worden”. Of dat ook gold voor mensen die uit de koloniën werden meegebracht, was lange tijd onduidelijk. Pas op 23 mei 1776 legden de Staten-Generaal het vast. Wie door een eigenaar werd meegebracht en niet was vrijgelaten, werd door zijn komst alleen niet vrij. De eigenaar moest hem binnen zes maanden terugsturen, of met toestemming van de rechter hoogstens zes maanden later. Wie daarna nog in de Republiek was, gold als vrij en mocht niet meer tegen zijn wil worden teruggestuurd.23 Toen het plakkaat verscheen, woonde Louis al bijna tien jaar in Kleinemeer. Over mensen die er al zo lang waren, zegt het niets, en of iemand het op Louis heeft toegepast, is niet bekend. Hoe Louis zelf zijn positie zag, weten we niet.

In Kleinemeer werd Louis volwassen. Hoe zijn dagen eruitzagen, beschrijft geen enkele bron, maar zijn plaats in het huishouden staat er wel. In maart 1776 meldde een vroedvrouw in Sappemeer dat Jantie Jans Boer uit Hoogezand was bevallen van een kind buiten het huwelijk. Als vader noemde Jantie “een Lowijs zijnde de knegt van de Heer Gezworen Ligtenvoort in ‘t Kleinemeer”.24 Louis was toen een jaar of twintig. Wat er van dit kind is geworden, weten we niet; een doop is niet gevonden. In het dorp heette Louis dus “de knegt” van Star Lichtenvoort. Dat woord zegt niets over vrij of onvrij: knechten waren er op elke boerderij. Voor de buitenwereld was hij een bediende, net als anderen.

H. de Winter, "Te Sapmeer", 1740–1770: het Winschoterdiep bij Sappemeer. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1536_3881.
H. de Winter, “Te Sapmeer”, 1740–1770: het Winschoterdiep bij Sappemeer. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1536_3881. Bron

Drie jaar later volgde het huwelijk met Hindrikje Luitjes, waarmee dit verhaal begon. Het paar kreeg na Susanna nog drie kinderen: Luitje in 1781, Cornelius in 1783 en Maria in 1787.25 De eerste zoon kreeg vermoedelijk de naam van Hindrikjes vader. De twee volgende kinderen heetten naar Cornelis Star Lichtenvoort en Maria Kock.26 Als dat een keuze van Louis was, zegt het iets over de band met het echtpaar dat hem bezat. Maar of die band berustte op genegenheid, op afhankelijkheid of op allebei, vertellen de namen niet.

Louis was niet de enige zwarte man in de omgeving. Op de veenborg Stadwijck, eveneens in Sappemeer, woonde de jurist Jacob Appius met zijn bediende Jan Christiaan, die hij uit Suriname had meegenomen. Jan Christiaan liet zich in 1774 in Hoogezand dopen, “oorspronkelijk afkomstig uit West-Indië” en twintig jaar oud.27 De twee mannen waren ongeveer even oud en woonden in hetzelfde dorp. Of ze elkaar kenden, is niet overgeleverd.

Th. Beckeringh, kaart van Groningen en Ommelanden, 1781 (detail): Sappemeer met de kerk, Stadwijk, 't Kleyne Meer en Welgelegen. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1785_12821.
Th. Beckeringh, kaart van Groningen en Ommelanden, 1781 (detail): Sappemeer met de kerk, Stadwijk, ‘t Kleyne Meer en Welgelegen. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1785_12821. Bron

Op zondag zat de familie Star Lichtenvoort in de Koepelkerk van Sappemeer, in een herenbank met de wapens van Star en Lichtenvoort; die bank staat er nog.28 Waarschijnlijk zat Louis vele zondagen in dezelfde kerk. In 1784 deed hij er belijdenis en werd hij lidmaat van de gemeente.29 In dezelfde kerk lagen Cornelis’ ouders, Wilhelmus Lichtenvoort en Reynouw Gesina Star, begraven, en later ook Jacob Appius.28

De kerk van Sappemeer, pen en aquarel, onbekende tekenaar, 1750–1800. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1536_3899.
De kerk van Sappemeer, pen en aquarel, onbekende tekenaar, 1750–1800. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1536_3899. Bron
A. Verburgh, plattegrond van de kerk van Sappemeer met de grafplaatsen, 1735. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1536_5975.
A. Verburgh, plattegrond van de kerk van Sappemeer met de grafplaatsen, 1735. Groninger Archieven, NL-GnGRA_1536_5975. Bron
De Koepelkerk in Sappemeer met oprijlaan en klokkentoren, foto, 1875. Groninger Archieven, NL-GnGRA_818_13072.
De Koepelkerk in Sappemeer met oprijlaan en klokkentoren, foto, 1875. Groninger Archieven, NL-GnGRA_818_13072. Bron
De wapens op de herenbank van de familie Star Lichtenvoort in de Koepelkerk van Sappemeer: links het wapen Lichtenvoort met drie kandelaars, rechts het wapen Star met een wildeman en een schild met een ster.
De wapens op de herenbank van de familie Star Lichtenvoort in de Koepelkerk van Sappemeer: links het wapen Lichtenvoort met drie kandelaars, rechts het wapen Star met een wildeman en een schild met een ster. Foto: Lieuwe Jongsma.
De herenbanken in de Koepelkerk, 2022. Foto: Hardscarf, Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0).
De herenbanken in de Koepelkerk, 2022. Foto: Hardscarf, Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0). Bron

In het najaar van 1795 duikt Louis op in de grote politiek. De patriotten hadden dat jaar de macht overgenomen, en uitingen van steun voor de verdreven stadhouder werden met argwaan bekeken. Op 27 oktober zat een gezelschap in het huis van de weduwe Barels op het Zuidlaarderveen: een dokter, een man uit Kleinemeer, Roelf, de knecht van een advocaat uit Wildervank, en “Louis en Willem beide knechten van den Syndicus Lichtenvoort”. Roelf riep “Oranje zal boven zyn”. Leden van het patriottische exercitiegenootschap in Hoogezand dienden er een klacht over in, en het bestuur van Stad en Lande verwees de zaak naar de rechter.30 Louis zelf werd nergens van beschuldigd. Hij staat in de bron gewoon als een van de knechten van zijn heer, zonder achternaam en zonder vermelding van zijn huidskleur. Star Lichtenvoort had inmiddels nog een tweede knecht in dienst, Willem.

Ondertussen groeide Louis’ gezin. Zijn dochter Susanna kreeg in 1795 zelf een kind, buiten het huwelijk. In het doopboek staat zij als “Susanna Louis”: de voornaam van haar vader werd in het dorp haar achternaam.31 Op 30 mei 1796 werd in Sappemeer een “Kinds, Kind” van “Lowÿs Alon” begraven, vermoedelijk dit kleinkind.32 Drie jaar later, op 8 juli 1799, werd “Lowÿs Allons Vrouw” begraven: Hindrikje Luitjes. Louis was twintig jaar met haar getrouwd geweest.33

Lang bleef Louis geen weduwnaar. Op 3 november 1799 trouwde hij in Sappemeer met Maria Harms, die ook Maria Touwslager werd genoemd. In het trouwboek staan zij als “Louis Allons Wdr van Hindrikje Lüitjes / Maria Harms beide van hier”.34 Maria was in de stad Groningen geboren en ruim twintig jaar jonger dan hij. Zij werkte als vroedvrouw.35 Samen kregen zij drie kinderen: Antje in 1800, Louisa Helena in 1802 en Jan in 1805.36 Met Louisa Helena gaf Louis voor het eerst zijn eigen naam door.

In het najaar van 1802, toen Louisa Helena een paar maanden oud was, werd Louis op de openbare weg in Sappemeer aangevallen. Op 13 oktober sloegen vier mannen, Jan Franssens, Pieter Jans, Reinder Jans Nagel en Jan Roelfs, hem met de vuist, zo hard dat hij “zwaar gebloed” heeft. De daders kregen een boete.37 Waarom ze hem aanvielen, staat niet in de bron. Zijn achter-achterkleinzoon F. Alons legde later een verband met zijn huidskleur.38 Dat is goed denkbaar, maar niet te bewijzen. Wel kwam de zaak voor de rechter, en die bestrafte de daders.

Het gezin was niet rijk. Antje stierf in september 1808, acht jaar oud. Zij werd in Kleinemeer begraven als “Antje Louis”, en in het register staat bij haar naam: “arm”.39 Het is het enige directe spoor van armenzorg in de familie, maar het zegt genoeg: een koetsier en een vroedvrouw konden de begrafenis van hun dochter kennelijk niet betalen.

Louis bleef bij Star Lichtenvoort in dienst. Toen zijn zoon Luitje in december 1813 in Veendam trouwde, en zijn dochter Maria in februari 1814 in Siddeburen, stond hij in beide akten als “koetzier”.40 Hij was toen bijna zestig en reed nog steeds de rijtuigen van de familie. De kinderen uit zijn eerste huwelijk waren intussen het huis uit. Susanna trouwde in 1803 met de kleermaker Philippus Jans; Maria met Frans de Weger, een kleermaker uit Gouda. In haar huwelijksakte heet zij “Maria Lowijs”, net zoals Susanna “Susanna Louis” heette.41 Cornelius werd kantoorbediende in Meppel, trouwde in Bourtange en stierf rond 1814, ongeveer dertig jaar oud.42 Luitje werd hoedenmaker in Sappemeer. Verschillende kleinkinderen kregen zijn naam.43

I.L. la Fargue van Nieuwland, "Een koetsier", 1766: een koetsier aan het hof van Willem V, niet Louis. Rijksmuseum, RP-T-00-3541 (CC0).
I.L. la Fargue van Nieuwland, “Een koetsier”, 1766: een koetsier aan het hof van Willem V, niet Louis. Rijksmuseum, RP-T-00-3541 (CC0). Bron

In 1815 stierf Maria Kock, de vrouw aan wie Louis in 1757 als kind was nagelaten. In april 1820 liet Cornelis Star Lichtenvoort, inmiddels 77 jaar, op Welgelegen “eenige RYTUIGEN” verkopen, waaronder “een FRANSCHE WAGEN met voor en aan de zyden Spiegelglazen”, samen met zijn paarden, zijn vee en een deel van de inboedel.44 Een koetsier was daarna niet meer nodig. Of Louis toen ontslagen werd, staat nergens, maar in latere akten is hij geen koetsier meer.

Op 16 juli 1824 stierf Maria Touwslager in Sappemeer, 48 jaar oud, “vroedvrouw van beroep” en “ehevrouw van Louis Allons”.35 Louis was bijna zeventig en voor de tweede keer weduwnaar.

In het najaar van 1824 verscheen drie weken achter elkaar een advertentie in de Groninger Courant. Een huis “op het aangenaamste te Sappemeer”, met ongeveer twee bunder bouw- en grasland, was te koop of voor vier jaar te huur. Wie belangstelling had, kon terecht bij “den eigenaar L. ALONS, te Sappemeer”.45 Het is verleidelijk om hier Louis in te zien, drie maanden na de dood van zijn vrouw. Maar ook zijn zoon Luitje woonde in Sappemeer, en ook diens naam begint met een L. Wie van de twee het huis bezat, valt niet uit te maken.

Over Louis zelf zijn de bronnen uit deze jaren eenduidiger. Bij de volkstelling van 1825 woonde hij in Kleinemeer, samen met de jonge dagloner Hilbrand Roelfs van Dijk.46 Toen zijn kinderen trouwden, Susanna in 1826, Louisa Helena in 1829 en Luitje voor de tweede keer in 1830, stond hij in de akten als dagloner.47 Een koetsier was hij niet meer.

Ook in deze jaren bleef het verlies doorgaan. Luitjes zoontje Cornelis Louis, vernoemd naar zijn grootvader en naar de man die die grootvader had bezeten, stierf in 1826, zes jaar oud.48 Een jaar later stierf in Coevorden Louis’ jongste zoon Jan, fuselier in het leger, 22 jaar oud. Zijn erfgenamen waren volgens de burgemeester van Sappemeer “armoedig”.49

Uit 1827 stamt het enige moment waarop we Louis bijna horen praten. Op woensdag 18 juli zat de doopsgezinde predikant Foeke Wigles Gorter na het eten bij Abraham Gerrits ten Cate, vermoedelijk de vader van Susanna’s tweede man. “Om de hoek van de achterdeur, waar het pas warm en pas koel was”, praatte hij wel drie uur met verschillende mensen. In zijn dagboek noemde hij als eerste “Louis, die doorg[aans]. met my instemde”.50 Het gesprek ging over de zondvloed en het ontstaan van de venen, over de erfzonde en over de doop. Wat Louis zelf zei, schreef Gorter niet op. Wel weten we dat een man van ruim zeventig, die als kind op Curaçao was nagelaten, op een zomeravond in Kleinemeer meepraatte over de vraag hoe de wereld was ontstaan en hoe het met de zonde van de mens zat.

In de kadastrale registers die rond 1830 werden opgesteld, staat “Alons, Louis, arbeider, Sapmeer” als eigenaar van een perceel “huis & erf” in Sappemeer, aan de noordkant van het Winschoterdiep, van 161 vierkante meter: dat is de oppervlakte van de grond, huis en erf samen.51 Het huis zelf besloeg daar maar een deel van. Op dezelfde bladzijde van het kadaster staan meer van zulke kleine huizen met erf, van arbeiders en van de hervormde diaconie. Bijna allemaal zijn ze in dezelfde klasse ingedeeld, met een belastbare opbrengst van 9 gulden per jaar, en zo ook het huis van Louis. Alleen het huisje van zijn buurman, de arbeider Harm Geerts Heyen, werd nog lager geschat. De huizen van een koopman, een bakker en een herbergier in de buurt brachten 54 tot 90 gulden op.51 Het was een klein bezit, maar het was van hem. Toch woonde hij er aan het eind van zijn leven niet. Louis Alons stierf in de nacht van 7 op 8 mei 1831, om een uur, in een ander huis, in Kleinemeer, letter G nummer 43. Een dag later gaven twee buren, de dagloners Heere Jans de Vries en Hilbrand Roelfs van Dijk, zijn overlijden aan. De ambtenaar noteerde: “oud zes en zeventig jaren, arbeider van beroep, geboren te Curacao in de Westindien”.4 Over zijn huidskleur staat er niets.

Kadaster, Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel Sappemeer, sectie B, 1832: perceel 384, "Alons, Louis, arbeider, Sapmeer". HisGIS / Kadaster.
Kadaster, Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel Sappemeer, sectie B, 1832: perceel 384, “Alons, Louis, arbeider, Sapmeer”. HisGIS / Kadaster. Bron
Kadasterplan Sappemeer, sectie B "de Kerk", blad 2, 1832 (detail): de rij smalle huispercelen met perceel 384. Groninger Archieven.
Kadasterplan Sappemeer, sectie B “de Kerk”, blad 2, 1832 (detail): de rij smalle huispercelen met perceel 384. Groninger Archieven. Bron

In het najaar dienden zijn vier nog levende kinderen, Luitje, Susanna, Maria en Louisa, de verplichte opgave van zijn nalatenschap in. Louis had geen testament gemaakt. Volgens een verklaring van de burgemeester had hij “zoo verre hem bekend, geene onroerende goederen” nagelaten. Wat er met het huis uit het kadaster was gebeurd, staat er niet.52 De kinderen ondertekenden met hun naam. Susanna, de dochter met wie dit verhaal begon, zette twee kruisjes.

Cornelis Star Lichtenvoort overleefde de man die hij als kind had bezeten. Hij stierf op 15 december 1833 in Sappemeer, negentig jaar oud.53

In de familie Star Lichtenvoort was intussen een nieuwe generatie opgegroeid. Een van hen was Cornelis Star Numan, een kleinzoon van Cornelis Star Lichtenvoort en Maria Kock. Hij werd op 2 februari 1807 in Sappemeer geboren, “waar zijn vader, de Heer Alexander Numan destijds de Genees- en Vroedkundige praktijk uitoefende”.54 Zijn biograaf beschrijft een jeugd vol Latijnse dichters en geleerde gesprekken, en een grootvader die “op bijna tachtigjarigen ouderdom nog vlug en juist het Latijn schreef en sprak”. In 1822 verhuisde het gezin naar Utrecht.54 Cornelis was toen vijftien. In die jaren was Louis Alons knecht en koetsier bij zijn grootouders. Het kan haast niet anders of de jongen kende hem, maar een bron die dat zegt is er niet.

Cornelis Star Numan werd hoogleraar rechten in Groningen. In zijn archief bewaarde hij Britse abolitionistische bladen uit 1841 en 1842, zoals The British and Foreign Anti-Slavery Reporter, en aantekeningen voor een toespraak tegen de slavernij. Daarin schreef hij dat men slavernij niet langer de verdiende straf van God voor zwarte mensen noemde, maar nog altijd niet bereid was het kwaad uit te roeien.55 Een uitgesproken voorvechter van afschaffing was hij niet. In zijn colleges veroordeelde hij de slavernij, maar hij vond dat eigenaren recht hadden op schadeloosstelling, en hij werd geen lid van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij.56 Binnen twee generaties liep de familie zo van het bezitten van mensen, ook in Groningen zelf, naar twijfel aan de slavernij.

Louis’ eigen nakomelingen bleven in de omgeving. Via zijn zoon Luitje, de hoedenmaker, loopt een rechte lijn naar de twintigste eeuw. Luitjes zoon Cornelius Louis Alons, geboren in 1833, werd huisverver in Sappemeer. Diens zoon Wicher, geboren in 1863, werd onderwijzer en trouwde in 1891 met Henderika Vegter, de dochter van een koek- en banketbakker uit Martenshoek.57 Zij noemden hun eerste zoon, geboren in Groningen in 1892, Cornelius Louis.58 Vier generaties lang droegen de mannen in deze lijn die twee voornamen: de naam van de man die Louis had bezeten, en de naam van Louis zelf.

In 1904 lieten Wicher en Henderika zich portretteren door de Groninger schilder F.H. Bach, die tientallen jaren les gaf aan de academie Minerva.59 De twee portretten hangen nu in de collectie van het Groninger Museum. Ze laten een achterkleinzoon van Louis Alons zien als een gevestigde Groninger burger.

Wicher Alons (1863–1936), portret door F.H. Bach, 1904. Collectie Groninger Museum.
Wicher Alons (1863–1936), portret door F.H. Bach, 1904. Collectie Groninger Museum. Bron
Henderika Alons-Vegter (1869–1931), portret door F.H. Bach, 1904. Collectie Groninger Museum.
Henderika Alons-Vegter (1869–1931), portret door F.H. Bach, 1904. Collectie Groninger Museum. Bron

Hun zoon Cornelius Louis werd bekend als Cor Alons (1892–1967). Hij studeerde van 1911 tot 1913 aan Minerva, waar Bach toen nog lesgaf, en daarna aan de academie in Den Haag. Hij werd binnenhuisarchitect en meubelontwerper, hij hoorde bij de eerste generatie die meubels en ruimte als één geheel ontwierp. Hij ontwierp functionele, sobere meubels, stalen buismeubelen en servies, en gaf tientallen jaren les aan de Haagse academie.60 Zijn meubels zijn nu verzamelobjecten.

Vandaag de dag leven er in Groningen en elders in Nederland veel nazaten van Louis Alons. Sommigen van hen heten nog altijd Louis Alons.

Fragment uit de Keti Koti-uitzending van Omroep Zwart (2024), opgenomen in de Koepelkerk in Sappemeer en op Welgelegen. Aan het eind spreekt een presentator met nazaten van Louis Alons bij de herdenking op de Ossenmarkt in Groningen.. Afspelen laadt de video van YouTube.

Er is veel dat we niet weten. We weten niet wie Louis’ vader was, en niet waar hij precies werd geboren. We weten niet of hij zijn moeder, zijn zus Anna, zijn grootmoeder Babbetje of zijn zus Sebel ooit terugzag nadat het schip in 1769 vertrok, en of er brieven heen en weer gingen tussen Kleinemeer en Curaçao waarin zijn naam stond. We weten niet of hij in Groningen ooit formeel werd vrijgelaten, of dat zijn vrijheid er stilzwijgend kwam omdat niemand hem meer als bezit behandelde. We weten niet of hij had kunnen vertrekken als hij dat had gewild, en of hij dat ooit wilde. We weten niet waarom vier mannen hem in 1802 op de openbare weg aanvielen. En we weten niet hoe hij zelf terugkeek op een leven dat begon als regel in een testament en eindigde als arbeider in Kleinemeer.

Wat we van Louis weten, komt uit de pen van anderen. Een predikant noemde hem “een Neger”, een eigenaar besloot dat hij “by provisie” mocht blijven, een klerk noteerde zijn beroep, een dominee schreef op dat hij het doorgaans met hem eens was. Zijn eigen keuzes zijn maar op een paar plekken te zien. Hij trouwde twee keer met een vrouw uit de streek. Hij gaf zijn kinderen namen: Susanna, misschien naar zijn moeder; Cornelius en Maria, naar het echtpaar dat hem bezat; Louisa Helena, naar zichzelf. In die namen, die zijn nakomelingen nog anderhalve eeuw doorgaven, is iets van hem bewaard gebleven dat de archieven niet vastlegden.

Dit verhaal begon met één regel in een doopboek uit 1779, de enige keer dat iemand zijn huidskleur opschreef. Dat de predikant die regel schreef, maakt Louis zichtbaar. Dat het bij die ene keer bleef, laat zien dat hij in Sappemeer voor de meeste mensen vooral een buurman was: de knecht van Star Lichtenvoort, de koetsier, de dagloner uit Kleinemeer, Louis.

Noten

  1. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, fol. 107, huwelijk Sappemeer, aangetekend 21-8-1779, getrouwd 19-9-1779, https://www.openarchieven.nl/gra:90c7d1f8-78d2-c29f-93c5-5d70890d0cff↩

  2. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, p. 321, doop Susanna, Sappemeer 19-9-1779, https://www.openarchieven.nl/gra:04a8ade9-fc12-9a27-3e0d-751070b7c464↩

  3. In de doopinschrijvingen van zijn latere kinderen, in de huwelijksakten van zijn kinderen en in zijn overlijdensakte (BS Sappemeer 1831, akte 19, https://www.openarchieven.nl/gra:55604dfd-d626-e5e0-6832-5c964d8db154) staat geen huidskleur. Sporen van het slavernijverleden in Groningen (p. 82) zegt dat “een neger uit Curaçao” in het doop- én in het trouwboek staat; in het trouwboek staat het niet.↩

  4. Groninger Archieven, BS Overlijden Sappemeer 1831, akte 19: Louis Alons, overleden Kleinemeer 08-05-1831, https://www.openarchieven.nl/gra:55604dfd-d626-e5e0-6832-5c964d8db154 ↩↩2

  5. Nationaal Archief, 1.05.12.01 (Oud Archief Curaçao), inv. 1557, akte 27, fol. 59–64 (legaat aan Maria Kock op fol. 61), testament van Maria Klingenburgh, 2-8-1757. De lezing “Vissers” is niet helemaal zeker. Uit de zinsbouw volgt niet met zekerheid of Sebel een dochter van Sambo of van Babbetje was. Op 19-9-1760 maakte Maria Klingenburgh een nieuw testament; dat is niet teruggevonden. ↩↩2

  6. Stadsarchief Amsterdam, toegang 5075, inv. 14289, notaris J.P. de Putter, akte 13 (conventie, 22-11-1766), https://www.openarchieven.nl/saa:bebf5fd5-253d-1e00-e053-b784100af734; testament Klingenburgh (zie noot 5): “Maria Kock, dogter van Wylen haaren Zoone Willem Webb Kock”. ↩↩2

  7. R. Buzink, “Plantage Rozentak”, http://curacao.buzink.com/rozentak.htm (eigenarenlijst); L. Jongsma, Slavery Dynasty (MA-scriptie RUG, 2015), p. 60–61, met verwijzing naar G.N. Schutter, “‘Welgelegen’ te Kleinemeer”, Groninger Volksalmanak 1956, p. 34.↩

  8. Stadsarchief Amsterdam, toegang 5075, inv. 14286 en 14287, testamenten van Anna van Beeren: op 4-2-1759 is Maria “huijsvrouw” van Arnold Padbrugge, op 30-12-1760 zijn weduwe.↩

  9. Jongsma, Slavery Dynasty, p. 60–61.↩

  10. Onderhandse akte, Curaçao [4]-9-1765, genoemd en vernietigd in de conventie van 22-11-1766 (zie noot 6).↩

  11. B. Henkes e.a., Sporen van het slavernijverleden in Groningen (4e druk), p. 82.↩

  12. Historisch Archief Midden-Groningen, HS02-101 (archief familie Star Nauta Carsten), inv. 373, brievenboek van uitgaande brieven van Cornelis Star Lichtenvoort 1767–1778, brieven van 1-7 en ca. 1-9-1769. Zie ook Henkes e.a., Sporen, p. 82, en B. Henkes, “Groninger betrokkenheid bij het slavernijverleden”, Historisch Jaarboek Groningen 2019, p. 37–38 en n. 41.↩

  13. R. Buzink, “Plantage Rozentak”, http://curacao.buzink.com/rozentak.htm (eigenarenlijst).↩

  14. Brievenboek Star Lichtenvoort (zie noot 12); vgl. het testament van 1757 (noot 5).↩

  15. Amsterdamse Courant 23-10-1766 (“Bovengemelde Capt. Peeper is den 28 July van Curacao gezeild met Jan Moolenhouwer”) en 25-10-1766; Rotterdamse Courant 28-10-1766 (“Den 23 zyn in Tessel gearriveert Jan Molenhouwer van Curasfou”), https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000677128:mpeg21:a00001; scheepsnaam in de advertentie in de Amsterdamse Courant van 30-12-1766 (“‘t Schip de Vrouwe Anna Capt. Jan Moolenhouwer”).↩

  16. Brievenboek Star Lichtenvoort (zie noot 12), met achterin de lijsten van brieven van en naar Curaçao 1765–1778. De reis past bij de conventie van 22-11-1766 (noot 6); een passagierslijst is er niet.↩

  17. Brievenboek Star Lichtenvoort (zie noot 12). ↩↩2

  18. Rijksmonumentenregister, monument 515585 (Welgelegen, Kleinemeer), https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/515585; Schutter, “‘Welgelegen’ te Kleinemeer”.↩

  19. G.N. Schutter, “‘Welgelegen’ te Kleinemeer”, Groninger Volksalmanak 1956, p. 33–37 (Delpher, MMKB26

    ); doop Reijna Gesina Star Lichtenvoort, Sappemeer 16-10-1768.↩

  20. Brievenboek Star Lichtenvoort (zie noot 12), brief aan fiscaal Coerman, 1-7-1769, en brief aan kapitein Pieter Hanson, ca. 1-9-1769; vgl. Henkes e.a., Sporen, p. 82–83. ↩↩2

  21. Oprechte Haarlemsche Courant 3-10-1769.↩

  22. Henkes, “Groninger betrokkenheid”, p. 38, schrijft dat Sambo en Anna “de vrijheid” kregen voordat zij terugkeerden. De brieven zelf noemen geen vrijlating. Vrijbrieven uit 1769–1771 zouden te vinden kunnen zijn in Nationaal Archief, 1.05.12.01, inv. 198–200.↩

  23. Placaat van de Staten-Generaal “omtrent de Vrijheid der Neger- en andere Slaaven, welke uit de Colonien van den Staat naar dese Landen overgebragt of overgesonden worden”, 23-5-1776, artikelen 1, 4 en 5, in J. van der Linden, Groot Placaatboek, deel 9 (Amsterdam 1796), fol. 526; transcriptie: http://de-wit.net/bronnen/histo/plakkaat_slaven-overgebracht-hier-te-lande-1776.htm↩

  24. Aangifte van de vroedvrouw “Abram Gerrijts Wedw”, Sappemeer 12-3-1776, vermoedelijk in Groninger Archieven, toegang 730 (Gerechten in Selwerd en Sappemeer), inv. 1557 (aangiften 1775–1776); niet gedigitaliseerd. Geciteerd naar Stichting Familiehistorie Westera Wilkens, https://www.westerawilkens.nl/dv-132.html. In de hervormde doopboeken van Sappemeer en Hoogezand staat in 1776 geen doop van dit kind.↩

  25. Groninger Archieven, doopregister Sappemeer: Luitje 08-04-1781, https://www.openarchieven.nl/gra:1c54c091-d143-067a-0917-d9a817036d2e; Cornelius 12-10-1783, https://www.openarchieven.nl/gra:150361c3-20f4-e741-fb90-056c36a458d7; Maria 23-09-1787, https://www.openarchieven.nl/gra:1b2b2713-bbf8-b038-cf5c-f3a65818f6b8↩

  26. F. Alons, Op Zuik Noar de Woddels (1995), p. 17, aangehaald in Jongsma, Slavery Dynasty, p. 61; Henkes e.a., Sporen, p. 83. Dat Luitje naar de vader van Hindrikje Luitjes heette, is afgeleid uit haar patroniem.↩

  27. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 227, doop Hoogezand 04-09-1774, https://www.openarchieven.nl/gra:e8db468b-0c93-f1ac-a424-7ddf3603436e; Henkes e.a., Sporen, p. 81.↩

  28. Henkes e.a., Sporen, p. 80. ↩↩2

  29. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, lidmatenregister Sappemeer (fol. 371–441), belijdenis 14-3-1784; niet gedigitaliseerd.↩

  30. Handelingen van de Representanten van het Volk van Stad en Lande (Groningen 1795), Landsdag van 3-11-1795, p. 695, https://books.google.nl/books?id=OZNaAAAAYAAJ&pg=PA695↩

  31. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, lijst van onechte kinderen, doop Hielke Derks Stomp, Sappemeer 24-5-1795, “onecht kind van Susanna Louis”, https://www.openarchieven.nl/gra:b906fd00-8884-686b-8c12-3395686320b9↩

  32. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 401, fol. 27, begraven Sappemeer 30-5-1796, https://www.openarchieven.nl/gra:29fdcfcf-0c5d-82f8-45e0-ca4fe403c6c2↩

  33. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 401, fol. 41, begraven Sappemeer 08-07-1799, https://www.openarchieven.nl/gra:f7cc473a-c892-9f27-95b0-596460b96f49↩

  34. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, fol. 121, huwelijk Sappemeer, aangetekend 12-10-1799, getrouwd 3-11-1799, https://www.openarchieven.nl/gra:82ec3af3-dd38-08fd-3ee4-93428f2ef658↩

  35. Groninger Archieven, BS Overlijden Sappemeer 1824, akte 22: Maria Touwslager, 16-7-1824, “oud acht en veertig jaren, vroedvrouw van beroep, geboren te Groningen”, https://www.openarchieven.nl/gra:6246bd63-97bc-015e-30b9-7570e19b1e14 ↩↩2

  36. Groninger Archieven, doopregister Sappemeer: Antje 17-08-1800, https://www.openarchieven.nl/gra:de474de3-7843-b0da-27c4-fb901017b66a; Louisa Helena 23-05-1802, https://www.openarchieven.nl/gra:d4681a9b-82f0-ff3d-a813-79db1ea4fca3; Jan 17-03-1805, https://www.openarchieven.nl/gra:e196d872-230b-6def-ac92-9424c10ae2f9↩

  37. Groninger Archieven, toegang 730 (Gerechten in Selwerd en Sappemeer), vermoedelijk inv. 1563 (aangiften en vooronderzoeken 1802–1803); niet gedigitaliseerd. Geciteerd naar Stichting Familiehistorie Westera Wilkens, https://www.westerawilkens.nl/dv-135.html; vgl. Henkes e.a., Sporen, p. 83.↩

  38. F. Alons, Op Zuik Noar de Woddels: een genealogisch onderzoek van de familie Alons (1995), volgens Henkes e.a., Sporen, p. 83.↩

  39. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 401, fol. 89, begraven Sappemeer 23-9-1808, “Antje Louis”, https://www.openarchieven.nl/gra:61bcc69d-b650-551c-5636-93fbe8df0c1b; inv. 402, fol. 17, begraven Kleinemeer 26-9-1808, “Antje Louis, 8 jaar, arm”, https://www.openarchieven.nl/gra:54d7cee5-a2b3-ae84-6cd7-8a7de16db282↩

  40. Groninger Archieven, huwelijk Luitje Alons, Veendam 27-12-1813, https://www.openarchieven.nl/gra:713ddacd-31b9-7383-b57d-a2ce1b8b4a2c; huwelijk Maria Alons, Siddeburen 23-2-1814, https://www.openarchieven.nl/gra:bd781198-2aca-26b3-dbcc-24b7aa5f3667↩

  41. Groninger Archieven, toegang 124 inv. 400, fol. 122v, huwelijk Sappemeer 20-3-1803, https://www.openarchieven.nl/gra:ab00987e-96c5-d9cd-ac1b-3e0cdc6f329e; huwelijk Siddeburen 1814 (zie noot 40).↩

  42. Groninger Archieven, huwelijk Cornelius Alons, Bourtange 16-04-1812, https://www.openarchieven.nl/gra:3b1d721f-13cd-ec1f-4213-ca285e8bfa5b; Drents Archief, geboorte Hendrika Berendina Allons, Meppel 15-7-1812, vader “kantoorbediende”, https://www.openarchieven.nl/dar:e12f836a-1d92-444b-96a7-97f2a9c68aac; hertrouw van zijn weduwe, Bourtange 14-12-1814, https://www.openarchieven.nl/gra:90483422-4f5d-aaec-d42d-2b0d38dad763. Zijn overlijdensakte is niet gevonden.↩

  43. Onder meer Louis de Weger, geb. Hellum 12-6-1815, https://www.openarchieven.nl/gra:183cbe70-435c-0b73-4b5a-64b63ce5ed93; Louis Eliveld, geb. Kleinemeer 21-5-1818, https://www.openarchieven.nl/gra:99512d03-1a82-9239-2c3d-b6475e8d42ce; Cornelis Louis Alons, zoon van Luitje, geb. Sappemeer 30-9-1819, https://www.openarchieven.nl/gra:1f71e619-e0fe-6a81-b783-7bae7f03f4f9↩

  44. Groninger Courant 18-4-1820, p. 2, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010773220:mpeg21:a0010, en 25-4-1820, p. 2, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010773222:mpeg21:a0008↩

  45. Groninger Courant 26-10-1824, p. 2, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010774381:mpeg21:a0004; herhaald 2-11-1824, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010774383:mpeg21:a0018, en 9-11-1824, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010774385:mpeg21:a0005↩

  46. Historisch Archief Midden-Groningen, HS01-003, inv. 572, volkstelling Sappemeer 1825, p. 114, wijk G nr. 45, https://www.openarchieven.nl/mgr:1e351ba7-2b77-4376-b336-c7bf12895173↩

  47. Groninger Archieven, huwelijken Sappemeer 1826, 1829 en 1830: https://www.openarchieven.nl/gra:78556638-f77c-674a-9962-c4194dd18360, https://www.openarchieven.nl/gra:315e943b-d0a0-dbe4-c620-cf7b2750be49 en https://www.openarchieven.nl/gra:6c8d0d41-b164-40ce-3f09-c060b12c4e82↩

  48. Groninger Archieven, overlijden Cornelis Louis Alons, Groningen 4-8-1826; geboorte Sappemeer 30-9-1819, https://www.openarchieven.nl/gra:1f71e619-e0fe-6a81-b783-7bae7f03f4f9↩

  49. Drents Archief, overlijden Jan Alons, Coevorden 08-11-1827, https://www.openarchieven.nl/dar:0fc4b22f-1138-4655-8465-5f89ee5bbff7; Groninger Archieven, toegang 1890 inv. 50, memorie van successie Jan Alons, certificaat van de burgemeester van Sappemeer, 19-6-1828, https://www.openarchieven.nl/gra:6eb740e5-150c-48df-809e-12d2459dc75d↩

  50. B. Dop en P. Visser (red.), Ernstige godsvrucht en gezond verstand. Een selectie uit de dagboeken van Foeke Wigles Gorter (1756–1836) (Hilversum 2010), p. 274 en n. 293, https://books.google.nl/books?id=j9cfU5cqMSAC&pg=PA274. Dat Abraham Gerrits ten Cate de vader was van Gerrit Abrams ten Cate, die in 1826 met Susanna trouwde, is afgeleid uit de namen.↩

  51. Kadaster, Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (1832), gemeente Sappemeer, sectie B, perceel 384, artikel 5: “huis & erf”, grootte 1 roede 61 el (161 m²), klasse gebouwd 14, belastbaar inkomen gebouwd f 9, https://oat.hisgis.nl/oat/faces/oatscans/image.xhtml?oatcode=OAT01039B012; ligging: minuutplan Sappemeer sectie B “de Kerk”, blad 2 (1832), ten noorden van het Winschoterdiep, https://www.beeldbankgroningen.nl/beelden/detail/17e039fb-1e01-69fa-7539-e31148f406fc/media/b3e5957e-458c-196d-f759-d4231f07a930. Kleinemeer valt in sectie D. Ter vergelijking op hetzelfde blad: B 385 (H.G. Heyen, arbeider, huis & erf, 80 m², klasse 15, f 6); B 370, 372, 377, 378a, 382, 389, 390 (huis & erf, 60–160 m², klasse 14, f 9); B 386, 391, 392, 395 (koopman, bakker, herbergier; klasse 5–11, f 27–90). ↩↩2

  52. Groninger Archieven, toegang 1890 inv. 63, memorie van successie Louis Alons, opgemaakt 30-10-1831, ingeleverd 29-11-1831, met certificaat van de burgemeester van Sappemeer, https://www.openarchieven.nl/gra:599bd4c7-48f2-b29b-5dd0-70600c64b0e1↩

  53. Groninger Archieven, BS Overlijden Sappemeer 1833, akte 43, https://www.openarchieven.nl/gra:871093d4-73bb-2f13-8846-4c947276f8f8↩

  54. “Levensberigt van Mr. Cornelis Star Numan”, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1858, https://www.dbnl.org/tekst/_jaa002185801_01/_jaa002185801_01_0027.php ↩↩2

  55. Groninger Archieven, toegang 2097 (archief C. Star Numan), inv. 31, aantekeningen voor een toespraak (ongedateerd), besproken in L. Jongsma, Slavery Dynasty (MA-scriptie RUG, 2015), p. 67.↩

  56. Henkes e.a., Sporen, p. 30.↩

  57. Groninger Archieven: geboorte Cornelius Louis Alons, Sappemeer 9-9-1833, vader Luitje Alons, hoedenmaker, https://www.openarchieven.nl/gra:6c9b46bb-56af-8d3e-15c0-c6c145fa4ef0; geboorte Wicher Alons, Sappemeer 5-5-1863, vader huisverver, https://www.openarchieven.nl/gra:80632c79-5366-c6f2-f235-62bbe4f3d027; huwelijk Wicher Alons en Henderika Vegter, Hoogezand 3-9-1891, https://www.openarchieven.nl/gra:820e14e3-a76d-0bb0-c8b5-aef4c12eefa1↩

  58. Groninger Archieven, geboorte Cornelius Louis Alons, Groningen 11-6-1892, https://www.openarchieven.nl/gra:53e61884-0bdf-59e3-ed58-4edfbf5ea53c↩

  59. Groninger Museum, objectnummers 2011.0131.A (Wicher Alons) en 2011.0131.B (Henderika Alons-Vegter), F.H. Bach, 1904, olieverf op doek, https://www.collectiegroningen.nl/collectie/wicher-alons-(1863-1936)~TdeKk4NFWYmI2NZe92s2zw/ en https://www.collectiegroningen.nl/collectie/henderika-alons-vegter-(1869-1931)~s4VusC0sW6mKxu7zmsJHAw/. Bach (1865–1956) was 43 jaar docent aan Academie Minerva.↩

  60. “Cor Alons”, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cor_Alons; Nationaal Ontwerp Archief, http://www.nationaalontwerparchief.nl/ontwerper/Alons,%20Cor↩